Waar?
In alle dorpen, waar we actief zijn in de regio rond de stad Kara.

Waarom?
Gedurende de 6 maanden droogte kan er maar heel weinig gekweekt worden. De dorpelingen moeten het water soms van kilometers ver halen om drinkwater te hebben.
In Atéda werd zelfs gedronken uit ondiepe putten, waar ook het vee kwam drinken.
Gevolg: veel darminfecties.
Water is ook nodig om de schooltuinen en de boomkwekerij in stand te kunnen houden .
Om voldoende (drink)water te hebben, zijn er meerdere mogelijkheden.

~ Regenwaterreservoirs (zie Meer foto's...(1))
In 3 dorpen, Samala Haut, Kpélissida en Kouméa werd een regenwaterreservoir van 120 m³ gebouwd.
Het regenwater, dat van het dak opgevangen wordt, is meestal voldoende om de droge periode te overbruggen. Het wordt naar twee bassins in de schooltuin vervoerd.
Bij de bouw van het reservoir werden dorpelingen als werknemer bij dit project ingeschakeld.

~ Gewone waterput (zie Meer foto's...(1) en (2))
In Tchitchao en  in Samala-Haut werd, na onderzoek i.s.m. Ingenieurs Zonder Grenzen, de bestaande put gesaneerd en voorzien van een pomp.
In Atéda werd een traditionele put gegraven, tussen de velden van de coöperanten.

~ Boorput (zie Meer foto's...(2))
In de omgeving van de basisschool van Kpandéda (Atéda), niet ver van de schooltuin, hebben we een boorput laten boren.

Watercomités
Bij elke watervoorziening hoort een watercomité. Dat comité beslist hoeveel en hoe de dorpelingen betalen voor het water dat ze gebruiken.
Deze kleine bedragen worden op een rekening gezet, zodat, bij een eventueel defect, de dorpelingen zelf kunnen instaan voor de reparatie.